Het beste is de wasmachine te vullen met 4 tot 5 kg droog wasgoed (afhankelijk van de textielsoort) en bovenin wat ruimte over te laten.
Bij overbelasting worden vlekken minder goed verwijderd omdat water en actieve stoffen zich moeilijk verspreiden en de massa textiel zich niet goed in de trommel kan bewegen. Er is te weinig beweging van de vezels onderling waardoor de mechanische hulp van de wasmachine wordt geremd.
Bij te weinig belading wordt echter ook geen optimaal resultaat verkregen. Ook hier ontstaat te weinig wrijving van het wasgoed in het sop waardoor de was nog minder schoon wordt.
Opgelet met fijne was. Beperk de hoeveelheid tot ongeveer 2 kg om strepen te voorkomen.
Aan een wasautomaat hoeft niet veel schoongemaakt te worden. Bij oudere machines moet je enkel het pluizenfilter van de pomp van tijd tot tijd controleren. Zeker als je enkele keren een wolwas hebt gedaan of andere pluizige stoffen heeft gewassen, heb je kans op een verstopping van het filter.
Nieuwere wasmachines hebben geen pluizenfilter, maar een dekseltje op de pompkamer. Je kunt het restwater vaak via een afvoerslangetje aftappen voordat je het dekseltje of het pomp- of filterhuis openmaakt. Daarna maak je dit schoon. Vervolgens sluit je de machine weer zorgvuldig af, zodat deze bij de volgende wasbeurt niet lekt. Het is aan te raden hierna via het wasmiddelbakje een paar liter water in de machine te gieten, zodat het afvoersysteem weer met water gevuld is. Anders zal bij de volgende wasbeurt een deel van het wasmiddel direct in de afvoer worden gespoeld.