Donkere kleuren zijn helemaal je ding. Het onderscheid warm-koud is minder belangrijk voor jou.
Robijnrood, donkerblauw, dieppaars, aubergine, chocoladebruin, smaragdgroen, bruin-zwart, tin, taupe, steenkool...
Ogen: sprekende ogen in staalgroen, donkerbruin of zwart-bruin.
Haar: zwart, donker- of kastanjebruin met een rode gloed.
Huid: rozig met een gouden tint, zowel een bleke als een donkere huid. Je behoudt je gebruinde kleur lang (meestal zonder sproeten).
Make-up: Om voor een evenwicht te zorgen combineer je je donkere kleding best met donkere make-up. Mix met een lichtere of heldere tint uit je kleurenpalet. Ga altijd voor twee donkere kleuren of combineer licht met donker, maar nooit licht met licht.
Juwelen: Je staat met zilver en goud. Combineer met de tinten van je kleurenpalet.
Kapsel: Bent je eerder een herfsttype, kies dan voor een vlot kapsel. Leun je meer aan tegen de winter, dan mag je een uitgesproken kapsel kiezen.
Je staat erg goed met donkergrijs, zwart, donkergroen en donkerbruin. Helemaal mooi wordt het wanneer je die kleuren combineert met wittinten. Durf gerust voor een ensemble in één kleur te kiezen. Ben je een meer uitgesproken wintertype, dan ga je voor een stijl zonder franjes. Voor de uitgesproken herfsttypes zijn de codewoorden casual en losjes. Je kunt perfect uitsluitend zwart dragen, maar nog mooier is het om de kleur te combineren met donkere tinten zoals chocoladebruin en aubergine voor overdag of paars voor 's avonds. Wil je écht de show stelen, mix dan zwart met één heldere kleur zoals scharlakenrood.